Context van de raadpleging en verwezenlijkingen

In het raam van zijn bevoegdheden inzake het leefmilieu is het Waals Gewest verantwoordelijk voor het omzetten en uitvoeren van de Europese wetgeving ter zake.

Dat geldt dus ook voor Richtlijn 2002/49/EG van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai. Deze Richtlijn legt de lidstaten op:

  • De niveaus van blootstelling aan verkeerslawaai te evalueren
  • De bevolking te informeren
  • Oplossingen aan te reiken om omgevingslawaai te verminderen

De Europese Richtlijn werd in Waals recht omgezet door het Besluit van de Waalse Regering van 13 mei 2004 en toegepast door de Algemene Directie Wegen en Gebouwen van de Overheidsdienst Wallonië (SPW-DGO1). De DGO1 maakte twee geluidshinderkaarten die toegankelijk zijn vanaf de portaalsite van leefmilieu Wallonië (link naar de kaarten):

  • De grote verkeerswegen, waar per jaar meer dan 6 miljoen voertuigen passeren
  • De middelgrote verkeerswegen, goed voor 3 tot 6 miljoen voertuigen per jaar

Op basis van de geluidsniveaus (de kaarten) en de bevolkingsdichtheid heeft de DGO1 van de SPW vervolgens een ontwerp opgesteld voor een “Actieplan ter bestrijding van verkeerslawaai in Wallonië”, dat hierna in detail wordt uiteengezet.

Overeenkomstig de wetgeving ter zake moeten de kaarten en het actieplan het voorwerp van een raadpleging uitmaken door het organiseren van een openbaar onderzoek in de 209 betrokken gemeenten.

Hierop kunt u uw woonplaats lokaliseren en nagaan of uw woning te maken heeft met geluidshinder veroorzaakt door wegverkeer. Als de kaart geen kleuren vertoont (< 55dB (A)), betekent dit dat uw woning niet getroffen wordt door noemenswaardige geluidshinder veroorzaakt door wegverkeer. Het kaartmateriaal is toegankelijk via de Waalse portaalsite voor het milieu. Om u hierbij te helpen geven wij u de raad de Niet-Technische Samenvatting te raadplegen en dan vooral hoofdstuk 5 (vaak gestelde vragen).

De indicatoren die werden gebruikt om het verkeerslawaai te typeren zijn:

  • Geluidsniveau Lden (day-evening-night): geeft het gemiddelde geluidsniveau door wegverkeer weer over een periode van 24 uur. Hierbij wordt een straffactor van 5 dB (A) geteld bij de avondgeluiden (16-23 uur) en van 10dB (A) bij nachtgeluiden (23-7 uur).
  • Geluidsniveau Lnight: geeft het gemiddeld geluidsniveau tijdens de nachtperiode weer (23-7 uur)

 

Op basis van deze kaarten is het actieplan opgesteld om de lawaaiproblemen en de gevolgen ervan te beheersen. De verkeerswegen worden opgedeeld in segmenten van 100 m, aan de hand waarvan men op grond van verschillende parameters bepaalt waar actie vereist is.

Het actieplan beschrijft de methode om de plaatsen waar actie vereist is af te bakenen, te rangschikken en te prioriteren.

Om te bepalen waar actie vereist is werden de niveaus Lden en Lnight van elk segment van 100 m vergeleken met de drempelwaarden die door het Besluit van de Waalse Regering zijn vastgelegd:

  • Lden, max = 70 dB (A)
  • Lnight, max = 60 dB (A)

Dat levert segmenten in 3 categorieën op:

  • Categorie 1: drempelwaarden Lden en Lnight overschreden
  • Categorie 2: één drempelwaarde (Lden of Lnight) overschreden
  • Categorie 3: geen overschrijding

Bovendien heeft Wallonië een derde indicator ingevoerd om tegelijk rekening te houden met het geluidsniveau bij de gevel van de woning (Lden) en met de bevolkingsdichtheid: de UCEpop index De in aanmerking genomen drempelwaarde is 70 dB (A).

Een plaats die actie vereist wordt als volgt gedefinieerd:

  • Het middelpunt van een plaats die actie vereist bevindt zich op een segment van categorie 1;
  • Een plaats die actie vereist mag alleen segmenten van categorie 1 of 2 bevatten waarvan de UCEpop index hoger is dan de drempelwaarde (70 dB (A)).

Vervolgens beschrijft het actieplan de methode waarmee de prioriteit tussen de verschillende plaatsen die actie vereisen kan worden bepaald, altijd rekening houdend met het aantal getroffen bewoners: het gemiddelde van de UCEpop-waarden van elke plaats die actie vereist wordt berekend en vergeleken met een ondergrens (80 dB (A)) en een bovengrens (85 dB (A)).

  • Prioriteit 1: UCEplaats ligt hoger dan de bovengrens
  • Prioriteit 2: UCEplaats ligt tussen onder- en bovengrens
  • Prioriteit 3: UCEplaats ligt lager dan de ondergrens

In het raam van het “Infrastructuurplan 2016-2019” werd aan lawaaibeheersing een bedrag van 10 miljoen euro toegewezen, waarvan

  • 6 miljoen voor werkzaamheden verbonden aan het structurerend netwerk en aan de verkeerswegen met meer dan 6 miljoen voertuigen/jaar,
  • 3 miljoen voor de sanering van geluidswerende schermen
  • en 1 miljoen voor het niet-structurerend netwerk met 3 tot 6 miljoen voertuigen/jaar.

Om het verkeerslawaai te verminderen zijn verschillende technische oplossingen mogelijk; afhankelijk van de prioriteit de eigenschappen van de plaats kan de oplossing worden bepaald die het best aan de situatie aangepast is.

De verschillende mogelijke oplossingen zijn:

  • geluidswerende schermen plaatsen of verbeteren,
  • het wegdek vervangen,
  • een geluiddempend wegdek aanbrengen,
  • inrichting van de weg (verlegging van het tracé om minder rechte lijnen te krijgen)
  • ruimtelijke ordening (integratie van het beheersen van omgevingslawaai binnen de ruimtelijke ordeningsplannen).

Afhankelijk van de specifieke kenmerken van iedere plaats zou een oplossing kunnen worden bepaald. Die specifieke kenmerken houden verband met:

  • de mogelijkheid om al dan niet geluidswerende schermen te plaatsen of reeds geplaatste schermen te verbeteren;
  • de ligging binnen de agglomeraties van Luik of Charleroi, in welk geval de plaatsen onder de verantwoordelijkheid van de Directie voor preventie van verontreiniging van de DGO3 vallen en daarvoor heeft de Waalse Regering in 2018 een specifiek plan goedgekeurd;
  • eventuele fouten die qua digitaal model zouden zijn gemaakt en die aan het licht komen door de analyse geval per geval;
  • lopende of in een nabije toekomst geplande werkzaamheden.